Bruikleen geen huur (2)

Eisers in cassatie hebben met Camelot een bruikleenovereenkomst gesloten met betrekking tot een woning. Op grond van die bruikleenovereenkomst betaalden zij ieder van hen een bruikleenvergoeding van € 192,50 per maand. Camelot heeft de bruikleenovereenkomst opgezegd nadat haar opdrachtgever had aangegeven de woning te zullen gaan slopen vanwege de realisatie van een supermarkt. Eisers hebben zich vervolgens op het standpunt gesteld dat sprake is van huur, omdat de betalingen van € 192,50 per maand moeten worden aangemerkt als een tegenprestatie voor het gebruik van de zaak als bedoeld in artikel 7:201 BW. De rechtbank en het hof hebben het standpunt van eisers verworpen. Het hof heeft daarbij in het bijzonder gewezen op (i) de kosten (€ 4.500,00) die Camelot en/of haar opdrachtgever heeft moeten maken om eisers de woning te kunnen laten bewonen, (ii) de omstandigheid dat eisers naast voormelde vergoeding geen andere vergoedingen (voor gas, water en elektra) hebben moeten betalen terwijl het door Camelot en/of haar opdrachtgever aan de energieleverancier te betalen bedrag aan voorschot voor levering van gas en elektra al € 450,00 per maand was terwijl het daaraan ten grondslag liggende energiegebruik grotendeels aan eisers en hun gezin moet worden toegerekend. De Hoge Raad verwerpt het tegen het arrest van het hof gerichte cassatieberoep met een beroep op artikel 80a lid 1 RO (een conform de conclusie van de Procureur-Generaal).

Hoge Raad 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3595 en ECLI:NL:PHR:2014:1914

Meer info, klik dan hier.