Bruikleen geen huur (1)

De bruikleengever (Camelot) vordert in kort geding dat de bruikleners tot ontruiming veroordeeld worden van de woning die zij gebruiken en tot betaling van de contractueel overeengekomen boete. De eigenaar van het pand waar de woning deel van uitmaakt, wenst het pand te slopen om daarin een supermarkt te realiseren en zij verlangt in dat verband dat de bruikleengever het pand (op korte termijn) ontruimd aan haar oplevert. De voorzieningenrechter wijst de vordering toe. De voorzieningenrechter overweegt daartoe dat sprake is van bruikleen en niet (zoals de bruikleners betogen) van huur. De bruikleengever heeft de bruikleenovereenkomst rechtsgeldig opgezegd. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter. Het overweegt daartoe dat de bruikleengever voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de door de bruikleners te betalen vergoeding ziet op een vergoeding van de onkosten die de bruikleengever en/of de eigenaar moeten maken voor het gebruik van de woning door de bruikleners en de aan hen verleende diensten en dus niet (deels) een tegenprestatie is voor het ter beschikking stellen van de woning. De bruikleengever heeft volgens het hof ook niet het vertrouwen gewekt dat sprake is van huur. De Hoge Raad heeft het tegen het arrest van het hof ingestelde cassatieberoep inmiddels verworpen met een beroep op artikel 80 lid 1 RO (Hoge Raad 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3595).

Rechtbank Midden-Nederland 9 april 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:1309 en Hof Arnhem-Leeuwarden 13 mei 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:3913

Meer info, klik hier.